angst

De normale angstrespons die bij bedreigende situaties wordt opgewekt, bestaat uit verschillende componenten: verdedigend gedrag, autonome reflexen, alertheid, arousal, secretie van corticosteroïden en negatieve emoties. (8) In een staat van angst gebeuren deze reacties in een anticiperende volgorde, onafhankelijk van externe gebeurtenissen. Er is geen duidelijk onderscheid te maken tussen de normale en de pathologische staat van angst, maar zodra het invloed heeft op de normale dagelijkse activiteiten wordt het pathologisch genoemd. (8)

Klinisch gezien worden er diverse vormen van angststoornissen onderscheiden: gegeneraliseerde angststoornis (een blijvende staat van excessieve angst zonder duidelijke reden of focus), paniekstoornis (aanvallen van overstelpende angst die voorkomen samen met somatische symptomen, zoals zweten, tachycardie, pijn op de borst, trillen, overgeven)(een voorbeeld is  agorafobie (= pleinvrees)), sociale fobie (een blijvende angst in één of meerdere sociale situaties)(een voorbeeld is plankenkoorts), specifieke of simpele fobie (intense angst voor en vermijding van specifieke stimuli)(een voorbeeld is hoogtevrees) en posttraumatische stressstoornis (angst die veroorzaakt wordt door het terughalen van aandringende stressvolle gebeurtenissen uit het verleden). (8, 9) Een aandoening die ook vaker tot de angstoornissen wordt gerekend, is obsessieve compulsieve stoornis. (91) Het meest voorkomende kenmerk hiervan is een obsessieve drang om bepaalde handelingen uit te voeren. (91)

In tegenstelling tot depressie, waarbij zowel serotonine- als noradrenalineconcentraties verlaagd waren in de hersenen, is bij angst alleen de serotonineconcentratie verlaagd en kan er zelfs een stijging in noradrenalineconcentratie waargenomen worden. (92)

Er zijn veel verschillende neurotransmitters en hormonen betrokken bij het angstcircuit in de hersenen. (92) Zo spelen GABA, serotonine, noradrenaline, ACTH, CRH, neuropeptide Y en cholecystokinine een rol. Enkele jaren geleden is ontdekt dat ook glutamaat bij angst betrokken is. Glutamaat verbetert de exciteerbaarheid van outputneuronen in de basolaterale amygdala en dit bevordert aversieve conditionering. Een behandeling die zorgt dat de exciteerbaarheid van deze neuronen omlaag gaat, heeft dan ook een anxiolytisch effect. (92)

Informatie over bedreigende stimuli wordt door de thalamus en sensorische cortex doorgegeven aan de laterale nuclei in de amygdala en deze projecteren naar de centrale nucleus in de amygdala. (9) Vanuit de centrale nucleus zijn er diverse efferente projecties die gebieden aansturen die betrokken zijn bij de angstrespons. Zo leiden projecties naar de laterale hypothalamus tot activatie van het sympathisch zenuwstelsel. Projecties naar de paraventriculaire nucleus van de hypothalamus zorgen voor inductie van de synthese en afgifte van CRF. Deze afgifte activeert een cascade die leidt tot afgifte van glucocorticoïden uit de bijnieren (zoals eerder beschreven was). Projecties van de amygdala naar de grijze stof in de kern van de hersenstam bevorderen de afgifte van endogene opioïden, die de pijn als gevolg van de angst zouden kunnen onderdrukken. Tenslotte leiden projecties naar de locus coeruleus, de raphe kernen en het VTA tot arousal en de vorming van herinneringen van de omstandigheden waarin het gevaar is opgetreden. Normaal zorgen deze reacties voor overleving en voor het vermijden van en ontsnappen aan gevaarlijke situaties. Bij angststoornissen zou dit angstcircuit in de hersenen echter ontregeld zijn. De amygdala in combinatie met een complex netwerk waarmee het in verbinding staat, bestaande uit de prefrontale cortex, thalamus en hippocampus zorgt dus voor de veranderlijke en pathologische angstreacties. (93)

De Pavloviaanse angstconditionering vindt plaats als een neutrale stimulus gepaard gaat met een aversieve stimulus. (93) Deze angstresponsen hebben in de evolutie een belangrijke rol gespeeld doordat ze beschermen tegen gevaren, maar ze kunnen dus ook maladaptief zijn, wanneer ze aan ‘normale’ omstandigheden gekoppeld worden. Bij angstconditionering kan bijvoorbeeld een geluid aan een elektroshock gekoppeld worden. De stimuli van het geluid en de elektroshock komen samen in de laterale amygdala; dit resulteert in een associatieve plasticiteit in de geluid-laterale amygdala pathway. Het geluid kan nu neuronen in de laterale amygdala activeren. De laterale amygdala geeft signalen door aan de centrale nucleus, die de expressie van angst controleert door middel van connecties met specifieke circuits die voor het ‘freezing’ gedrag kunnen zorgen. De laterale amygdala staat in contact met de centrale nucleus met behulp van verschillende verbindingen die via de intercalate celmassa’s, die de output reguleren en de basale nucleus, die de informatie over de omgeving van de hippocampus ontvangt. Dit alles is te zien in onderstaande figuur. (93)

 

Figuur 45: Circuit voor angstconditionering (LA = laterale amygdala, CE = centrale nucleus, ICM = intercalate celmassa’s, B = basale nucleus) (93)

De amygdala speelt dus een belangrijke rol bij het vormen van een angstrespons. (9) Deze hypothese wordt ondersteund observaties van patiënten met een beschadigde amygdala. Deze patiënten misten bijvoorbeeld de autonome en andere geconditioneerde reacties op een beangstigende stimulus, ook al was hun declaratieve geheugen in orde. Toch blijken beschadigingen aan de amygdala bij bepaalde diermodellen voor angst niet altijd te zorgen voor het uitblijven van de reacties. Zo is ontdekt dat ook de BNST voor enkele van de verschillende projecties kan zorgen. De BNST wordt gezien als het verlengde gebied van de amygdala.en de cellulaire organisatie van dit gebied blijkt dan ook overeen te komen met dat van de centrale nucleus in de amygdala. Er wordt verondersteld dat de BNST reageert op minder specifieke stimuli dan de centrale nucleus en de BNST zou dus de meer algemene symptomen van angst reguleren. (9)

Bij angst en geheugen zijn veelal dezelfde neurotransmitters en neuropeptiden betrokken. (94) Het is gebleken dat veel angst, niet altijd leidt tot sterke herinneringen aan dat moment. Wel is het goed om te weten dat angst en geheugen twee overlappende processen zijn in het centrale zenuwstelsel die elkaar kunnen beïnvloeden. (94)

De herinneringen die geproduceerd worden bij angstwekkende situaties bestaan uit een cognitieve en een affectieve component. (9) De cognitieve component slaat de precieze omgeving waarin het gevaar werd ervaren en de details van de ervaring op. Hierbij speelt de hippocampus een belangrijke rol. De affectieve component, waarbrij de amygdala betrokken is, is capabel tot het opnieuw initiëren van de fysiologische en gedragscascade van de angstrespons. Onder normale omstandigheden zorgen deze affectieve herinneringen er dus voor dat wij gevaar vermijden en dat we er fysiologisch en gedragsmatig klaar voor zijn om te vechten of te vluchten. Maar de kracht en blijvendheid van deze herinneringen kan de oorzaak zijn van verschillende angststoornissen. (9)

De conversie van het labiele, korte-termijn geheugen in lange-termijn geheugen wordt consolidatie genoemd, een proces dat bestaat uit eiwitsynthese. (93) Voor de omzetting van tijdelijke herinneringen naar permanente herinneringen dienen namelijk nieuwe eiwitten gevormd te worden. Herinneringen worden normaal niet individueel omgeslagen, maar als geassocieerde complexen, waarbij alle gerelateerde componenten samen worden opgeslagen. Voor reconsolidatie, oftewel het ophalen van herinneringen, zijn NMDA en β-adrenerge receptoren benodigd met inductie van CREB. Door reconsolidatie worden herinneringen sterker. Dus geneesmiddelen die aangrijpen op receptoren en/of andere componenten die betrokken zijn bij dit systeem, zijn een mogelijke behandeling bij angststoornissen, maar hierover in een later hoofdstuk meer. (93)

Het septum speelt een excitatoire rol bij het vormen van een angstrespons. (95) Beschadigingen aan dit gebied zorgen dan ook voor een anxiolytisch effect. Het cholinerge systeem in de hippocampus is betrokken bij angst. Een hogere concentratie acetylcholine in de hippocampus, verkregen door bijvoorbeeld de toediening van acetylcholinesterase, heeft ook een anxiolytisch effect. Het cholinerge systeem in de hippocampus en het GABAerge systeem in het septum kunnen samen synergistisch het angstniveau moduleren. Het mediale septum zou de plaats zijn waar deze signalen samenkomen en zo de angstrespons verlagen. De hippocampus kan dit doen via een directe GABAerge projectie naar het mediale septum of indirect via een glutamaterge projectie van de hippocampus naar het laterale septum, die op zijn beurt een GABAerge projectie naar het mediale septum stimuleert. Het functionele circuit tussen de hippocampus en het septum dat hierboven beschreven is, is echter maar een hypothese. (95)

Referentie lijst:

8.         Rang HP, Dale MM, Ritter JM, Moore PK. Pharmacology. 5th ed: Elsevier Limited Churchill Livingstone; 2003. p. 603-4.

9.         Nestler EJ, Hyman SE, Malenka RC. Molecular Neuropharmacology, A Foundation for Clinical Neuroscience. 1st ed: McGraw-Hill Companies; 2001. p. 364-5.

91.       Antai-Otong D. The neurobiology of anxiety disorders: implications for psychiatric nursing practice. Issues Ment Health Nurs. 2000 Jan-Feb;21(1):71-89.

92.       Bergink V, van Megen HJ, Westenberg HG. Glutamate and anxiety. Eur Neuropsychopharmacol. 2004 May;14(3):175-83.

93.       Garakani A, Mathew SJ, Charney DS. Neurobiology of anxiety disorders and implications for treatment. Mt Sinai J Med. 2006 Nov;73(7):941-9.

94.       Kalueff AV. Neurobiology of memory and anxiety: from genes to behavior. Neural Plast. 2007;2007:78171.

95.       Degroot A, Treit D. Septal GABAergic and hippocampal cholinergic systems interact in the modulation of anxiety. Neuroscience. 2003;117(2):493-501.

Geef een reactie