De maag

Opbouw van de maag

De maag, oftewel ‘vertriculus’ of ‘gaster’ genoemd, is een peervormige zak die linksboven in de buikholte met de bovenbegrenzing tegen het diafragma ligt. De onderkant van de maag rust op de darmen. De grootte en vorm van de maag hangen af van de vulling. Een matig gevulde maag is circa 30 centimeter lang en kan 3 à 4 liter vloeistof bevatten.
Men kan de maag in een aantal delen onderscheiden:
– De maagingang, ofwel ‘cardia’, is het gedeelte waar de slokdarm in uitmondt.
– De ‘fundus’ is het gedeelte dat links boven de cardia uitwelft en tegen het diafragma aan ligt. In de verticale houding bevindt zich hier meestal ‘gas’. Dit gas bestaat vooral uit ingeslikte lucht. Wanneer de hoeveelheid gas sterk vergroot wordt – bijvoorbeeld door het nuttigen van koolzuurhoudende dranken- kan de ‘gasbel’ tot onder het niveau van de cardia komen. Opening van het onderste gedeelte van de slokdarm leidt dan tot ontsnapping van een gedeelte van het gas (oprispen of boeren).
– Het hoofddeel van de maag, de maagzak ofwel ‘corpus’ (body), ligt min of meer verticaal.
– Het ‘antrum’ ligt ongeveer horizontaal en vormt de overgang naar de maaguitgang.
– Het maagportier, ofwel ‘pylorus’, is de sluitspier die de overgang naar de twaalfvingerige darm markeert.
Door de ‘uitbolling’ van de maag naar links ontstaat een kleinere binnenbocht (‘curvatura minor’) en een grotere buitenbocht ( ‘curvatura major’). In de maag vindt u in de binnenbocht de maagstraat. Dranken die genuttigd worden lopen langs dit maaggedeelte vrijwel rechtstreeks naar de uitgang van de maag.

 

B1.2.0 Maagwand
Tot het gehele spijsverteringskanaal behoren: mondholte, keelholte, slokdarm, maag, dunne darm en dikke darm. Afgezien van de mond- en keelholte heeft de wand van het spijsverteringskanaal over zijn gehele lengte in principe dezelfde bouw. De variaties op deze algemene bouw hangen samen met de specifieke functie van het betreffende onderdeel van het spijsverteringskanaal. De maag kan beschouwd worden als een opgeblazen gedeelte van de slokdarm waarbij een uitbolling aan de linkerzijde heeft plaatsgevonden. De maagwand, die 2 à 3 mm dik is, bestaat uit een aantal weefsellagen en wordt weergegeven in de afbeelding hieronder.

 

Van binnen naar buiten kunnen we dus benoemen:

Mucosa
ofwel slijmvlies: dit is de epitheellaag die grenst aan het lumen van het spijsverteringskanaal. Hier liggen vele slijmproducerende cellen en tevens monden er miljoenen buisvormige maagklieren uit ( lamina propria). Deze klieren scheiden maagsap af, waarin onder andere slijm, zoutzuur, het enzym pepsine en het hormoon gastrine aanwezig zijn. Het geproduceerde slijm is een uitstekend glijmiddel voor het voedseltransport en biedt de wand ook een zekere bescherming tegen de chemische inwerking van de inhoud van de maag (voedsel en spijsverteringssappen). De maagwand heeft ten opzichte van de algemene bouw van het spijsverteringskanaal een aantal eigen kenmerken. Zo is de mucosa bij een lege maag bijvoorbeeld sterk geplooid. Deze plooiing wordt minder wanneer de maag gevuld wordt. In de diepte tussen de plooien (crypten) vinden we de uitmonding van de buisvormige maagsapklieren. Op enkele plaatsen vinden we in de mucosa een ophoping van lymfatisch weefsel.

Muscularis mucosae:
dit is een dun laagje glad spierweefsel dat we direct onder de mucosa aantreffen. De gladde spiercellen helpen de klierproducten naar het lumen te stuwen.

Submucosa:
dit is de bindweefsellaag rond de mucosa. Deze laag bevat bloedvaten, lymfevaten, lymfatisch weefsel en zenuwtakken. In de submucosa liggen de grote klieren van de mucosa ingebed.

Muscularis:
dit is het spiergedeelte van de maagwand. In tegenstelling tot de muscularis van de rest van het spijsverteringskanaal, die uit twee spierlagen bestaat, heeft de muscularis van de maag een extra spierlaag, namelijk de schuine spierlaag (afbeelding 1). De muscularis wordt van het corpus naar het centrum geleidelijk aan dikker. De pylorus bestaat vooral uit een extra verdikking van het circulaire weefsel. De laag van voornamelijk cirkelvormige spieren dient vooral voor de kneding van het voedsel; de direct daartegen liggende laag van de lengte verlopende spiervezels dient voor het voortbewegen van de voedselbrij (perisaltiek).

Serosa:
dit is het viscerale blad van het buikvlies. Het wordt bijvoorbeeld dus niet rond de slokdarm gevormd. Het ziet er uit als een dun, glad vlies. De serosa is een omvattend vlies voor alle organen in de buikholte.

B1.3.0 Maagsap en maagsapsecretie
Per etmaal wordt ongeveer 2,5 liter maagsap geproduceerd. Dit maagsap bestaat voor een groot deel uit water met daarin de stoffen pepsine, zoutzuur en intrinsic factor. Bovendien produceert de maag slijm. Hier zullen deze stoffen nader besproken worden:
– Water dient als oplosmiddel en stroommedium.
– Pepsine is een proteïnase, een eiwitsplitsend enzym. In de maagsapklieren wordt echter niet het enzym zelf aangemaakt, maar een inactief voorstadium: pepsinogeen. Hierdoor wordt voorkomen dat de kliercellen – die immers ook veel eiwitten bevatten – hun eigen vernietiger produceren.
– Zoutzuur (HCl) wordt geproduceerd door de wandcellen en heeft een aantal functies. Het activeert ( katalysator) onder andere het inactieve pepsinogeen. Daarnaast zorgt het zoutzuur voor een zuur milieu in de maag (pH: 1 à 2). Bij deze pH blijkt het enzym pepsine optimaal te werken. Zoutzuur zelf werkt ook afbrekend op de eiwitten zodat het pepsine effectiever kan zijn. Tenslotte zorgt zoutzuur voor een ontsmetting van de maaginhoud: micro-organismen, zoals bacteriën en schimmels die in het voedsel voorkomen, worden gedood.
– Gastrine is een hormoon dat een rol speelt bij de afscheiding van maagsap.
– Intrinsic factor is een stof die eveneens door de wandcellen gemaakt wordt. De naam ‘intrinsic factor’( = door het lichaam geproduceerde factor) is gekozen omdat deze stof met een ‘extrinsieke factor’, in dit geval vitamine B12, een complex vormt. Alleen wanneer vitamine B12 gekoppeld is aan intrinsic factor kan via het darmslijmvlies vitamine B12 aan het bloed overgedragen worden.
– Slijm ofwel ‘mucine’ dient net als in de slokdarm als glijmiddel, maar in de maag biedt de slijmlaag van 1 à 2 mm, een belangrijke bescherming van de maagwand. Enerzijds is de slijmlaag ondoordringbaar voor pepsine, zodat dit enzym de eiwitten van de maagwand zelf niet kan aantasten, anderzijds is het maagslijm ligt alkalisch zodat de mucosa beschermd wordt tegen de chemische werking van zoutzuur.

De slijmproductie is tamelijk constant en wordt alleen iets opgevoerd door mechanische prikkeling, namelijk wanneer de maag gevuld wordt. De productie van het maagsap zelf wordt behalve door het directe contact van de maaginhoud met de maagwand (mechanisch) door zenuwen en hormonen gereguleerd.
De neurale regulatie wordt beïnvloed door zintuigen; zien, ruiken, proeven of zelfs maar denken aan of lezen over voedsel leidt korte tijd daarna reflectorisch tot verhoogde maagsapafscheiding. Aftakkingen van de N.vagus, een belangrijke zenuw van het parasympatische systeem (autonome zenuwstelsel), zijn verantwoordelijk voor de activering van de maagsapklieren. Zenuwen die tot het sympathische systeem (vegetatieve zenuwstelsel) behoren kunnen de productie van maagsap juist remmen. Dit doet zich voor bij bijvoorbeeld angst, hevige pijn of woede.
Hormonale regulatie komt later op gang, namelijk pas wanneer het voedsel in contact komt met de maagwand. Bepaalde cellen van het antrumgedeelte van de maag gaan dan het hormoon gastrine produceren. Zoals met alle hormonen het geval is komt dit hormoon in de bloedbaan terecht (via capilairen en maagvenen in de v. portae, oftewel poortader). Na een kleine circulatie door de bloedbaan komen de hormonen uiteindelijk via de maagarteriën weer in de maagwand aan. Hier veroorzaakt het gastrine een verhoogde maagsapproductie.

B1.4.0 Opslag, kneding en vertering
Het voedsel komt de maag binnen via de maagmond (cardia), die met een kringspier kan worden geopend en gesloten. Dan komt het voedsel in de maagzak, waarin ontelbare buisvormige kliertjes uitmonden die spijsverteringsenzymen en zoutzuur afscheiden. Via de maaguitgang komt het voedsel ten slotte terecht in de twaalfvingerige darm, een deel van de dunne darm.

De maag ledigt zich met kleine beetjes tegelijkertijd. Een voedselbrokje, dat door inwerking van het maagsap zuur reageert, verlaat de maag door de portier (pylorus) ten gevolge van peristaltische bewegingen van de spieren in de maagwand. Het hormoon prosecretine, dat in de darmwand gevormd wordt, wordt onder invloed van het zoutzuur uit de spijsbrij omgezet naar het hormoon secretine. Secretine wordt opgenomen in het bloed en komt na het passeren van een gedeelte van de bloedsomloop aan in de alvleesklier waar het de secretie van pancreassap stimuleert. Een van de bestanddelen van het pancreassap is natriumcarbonaat (NaHCO3). Natriumcarbonaat neutraliseert de voedselbrij. Wanneer de pH van de inhoud van de twaalfvingerige darm door deze reactie gestegen is tot 7 à 8 gaat de pylorus weer kortstondig open, zodat een nieuwe hoeveelheid spijsbrij in de twaalfvingerige darm kan gaan. Dit proces blijft zich continue herhalen totdat de maag beetje bij beetje geheel geleegd is.

Geschreven door: Dhr. Arash Khamooshian , BSc (Universiteit Utrecht, SUMMA,Biomedische Wetenschappen)

Referentielijst:

Maag

http://www.waycross.edu/faculty/gcook/anatomy/alimentary/stomach.jpg
http://training.seer.cancer.gov/ss_module07_ugi/unit02_sec04_organ_layers.html

Geef een reactie