melanotan

Als er wordt gesproken over een geneesmiddel dat als bijwerking huidsverkleuring geeft, is dit geneesmiddel Melanotan. Omdat het geneesmiddel nog in de klinische fase is, is het niet geregistreerd als geneesmiddel. Het is echter wel te verkrijgen op internet en wordt  soms  ook verkocht in winkels.  Er zijn twee soorten Melanotan: type I en type II.
Deze geneesmiddelen zullen mogelijk in de toekomst gebruikt worden om bruiner te worden.
In Nederland wordt aan de UMC Maastricht en Erasmus Universiteit onderzoeken gedaan over het gebruik van Melanotan bij EPP patiënten.
[70]

Werkingsmechanisme
Melanotans zijn selectieve melanocortine receptor (MCR) agonisten met een hoge affiniteit voor de receptoren. In tabel 6 is de weefseldistributie en affiniteit voor de receptoren vermeld.
Deze receptoren hebben meerdere functies. De belangrijkste functies zijn hieronder weergegeven. MC1R is aanwezig op de melanocyten en regelt de pigmentatie. MC2-R is de ACTH receptor. Deze heeft invloed  op de hypothalamus-hypofyse-bijnier as. ACTH heeft zo effect op de corticosteroïden synthese. MC3R heeft invloed op meerdere fysiologische systemen zoals natriurese ,cardiovasculaire regulatie en energie homeostase. MC4R  heeft  effect op  de energie homeostase, cardiovasculaire systeem en erectie regulatie. MC5R heeft effect op de synthese en secretie van endocriene klieren. [71]

 

De Melanotan’s zijn beide dus  niet selectieve agonisten en bootsen a-MSH na. Ze kunnen net als a-MSH binden aan de MC1R receptoren. In paragraaf 3.2 Pigmentatie is de werking van a-MSH beschreven. Hierdoor zou de melanogenese gestimuleerd worden. Melanotan zou een grijs-bruine huidskleur kunnen veroorzaken.
[33, 72, 73] [74]

5.2.1 Melanotan I

Melanotan I is afamelanotide en is een analoog van a-MSH. In figuur 8 zijn de verschillen te zien in de aminozuurvolgorde. In figuur 9 de structuurformule van melanotan I. Melanotan I bestaat uit 13 aminozuren. Twee aminozuren van a-MSH zijn veranderd om afamelanotide,  [Nle4 – D-Phe7] a–MSH  te verkrijgen. Dit zou zorgen voor een langere halfwaardetijd en een effectievere verbinding. Uit in vitro onderzoeken was namelijk gebleken dat afamelanotide  10 tot 1000 keer effectiever zou zijn dan de natuurlijke alfa-MSH.  [75] [73]

 

Toedieningsvorm
Momenteel is afamelanotide  alleen in subcutane injecties te krijgen.  De vaste stof afamelanotide  wordt dan gemengd met een 0,9% NaCl oplossing voor injecties.
Volgens onderzoeken zou a-MSH bij een dosering van 0.16mg/kg/dag  een optimale dosering  zijn om veilig en effectief bruin te worden indien er gedurende 10 dagen Melanotan wordt gebruikt.
Transdermale toediening  en orale toedieningen zijn niet mogelijk. Er wordt geprobeerd om een subcutane implantaat te maken. Dit implantaat zou over een periode van 10 dagen de werkzame stoffen afgeven. Het zou niet uit het lichaam verwijderd hoeven te worden, omdat dit implantaat zelf zal oplossen in het lichaam. Na ongeveer 60 dagen zou er volgens  Clinuvel  pigmentatie plaatsvinden. De optimale dosering van een afamelanotide implantaat is 16mg.[73, 75, 79, 80]

Indicaties
Melanotan kan gebruikt worden om de huid donkerder te laten maken. Bij de aandoeningen waarbij het zonlicht niet wordt verdragen,maar een gebruinde huidskleur gewenst is, kan melanotan mogelijk een oplossing  zijn.  Enkele aandoeningen die volgens Clinuvel een indicatie kunnen zijn voor Melanotan zijn erytropoëtische protoporfyrie, polymorfe lichteruptie en Urticaria solaris.
Actinische keratose en Plaveiselcelcarcinoom kunnen geïnduceerd worden door zonlicht. Bij patiënten die een orgaantransplantatie hebben gehad , neemt het immuunsysteem af  door het gebruik van immunosuppresiva. Hierdoor hebben deze patiënten voornamelijk een verhoogd kans op actinische keratose en plaveiselcelcarcinoom. Melanotan kan ook voor deze patiënten een hulpmiddel zijn.
Bij fotodynamische therapie worden cellen, zoals kankercellen, gevoeliger gemaakt voor het licht bij een bepaalde golflengte. Bij bestraling worden deze cellen aangetast. Deze patiënten moesten in het verleden gedurende 3 maanden na therapie het zonlicht vermijden, vanwege een lang aanhoudende overgevoeligheid voor licht. Door vernieuwde behandelingen, komt deze lang aanhoudende overgevoeligheid in de praktijk nauwelijks meer voor. Melanotan zou anders ook voor deze patiënten een indicatie kunnen zijn[75]

Bijwerkingen
Uit klinische onderzoeken is gebleken dat dit middel kan leiden tot  blozen, misselijkheid,
braken, slaperigheid, vermoeidheid en perifere vasodilatatie.
Melanotan is een melanocortine receptor agonist en kan zo effecten hebben op het melanocortine systeem.ls er meer onderzoeken plaatsvinden over Melanocortin, zullen er wellicht meer bijwerkingen bekend zijn.[79, 81, 82]

Fotoprotectie
Er vindt meer melanine synthese plaats. Net als bij de natuurlijke a-MSH wordt er meer eumelanine gesynthetiseerd dan feomelanine. Door een grote hoeveelheid melanine, zal er wel relatief fotoprotectie zijn. Of deze fotoprotectie ook effectief genoeg is tegen de zonnestralen, moet nog onderzocht worden. [83]

5.2.2 Melanotan II
Melanotan II is ontwikkeld om sexuele dysfuncties te behandelen en is net als Melanotan I een niet-selectieve agonist. De actieve stof bremelanotide, wordt nu ook ontwikkeld tot een geneesmiddel. Bremelanotide is een agonist voor de melanocortine receptor 3 en 4.Dit zijn de receptoren die betrokken zijn bij erectiefuncties en zijn aanwezig in het cerebrale gebied in de hersenen. In figuur 10 is de aminozuurvolgorde van dit geneesmiddel vergeleken met a-MSH te zien. Melanotan II is net als Melanotan I in een subcutane toedieningsvorm te verkrijgen.[82, 84]
Bremelanotide, de actieve metaboliet van Melanotan II, kan meerdere bijwerkingen veroorzaken. Uit fase I en II studies is gebleken dat  blozen, slaperigheid, misselijkheid, braken en hoofdpijn, overmatig transpireren, lage rugpijn,verlies eetlust en verhoging van de bloeddruk bijwerkingen zijn. Bij de mannen zou het ook een positief effect hebben op de erectiestoornis. Bij vrouwen zou ook de seksuele wens stijgen en zouden vrouwen zich meer seksueel opgewonden voelen.[85] [82]
Doordat Melanotan II hypertensie kon veroorzaken, zijn clinical trials niet voortgezet. Er zijn nu ook onderzoeken waarbij er wordt onderzocht of Melanotan II voor  hemorragische shock gebruikt kan worden. [72, 86]

Referentielijst:

33.    Fitzgerald, L.M., et al., Effect of MELANOTAN, [Nle(4), D-Phe(7)]-alpha-MSH, on melanin synthesis in humans with MC1R variant alleles. Peptides, 2006. 27(2): p. 388-94.

70.    www.epp.info. Ruimte voor veel patiënten studie bruinpil.  2008  [cited 2009 25 may]; Available from: http://www.epp.info/images/Nieuwsbrief%20jaargang%2025%20no%202%20aug%202008%2044.pdf.

71.    Ellacott, K.L. and R.D. Cone, The role of the central melanocortin system in the regulation of food intake and energy homeostasis: lessons from mouse models. Philos Trans R Soc Lond B Biol Sci, 2006. 361(1471): p. 1265-74.

72.    Evans-Brown, M., et al., Use of melanotan I and II in the general population. BMJ, 2009. 338: p. b566.

73.    Clinuvel, Annual report. 2002.

74.    Slingerland, M. and E.I. Plasmeijer, De melanocortine-1-receptor in associatie met huidkanker. Ned Tijdschr Geneeskd, 2002.

75.    Clinuvel. About afamelanotide.   [cited 2009 21 may]; Available from: http://www.clinuvel.com/en/corporate/products/.

76.    WHO. International Nonproprietary Names for Pharmaceutical Substances (INN).  2007  [cited 2009 16 may 2009]; Available from: http://www.who.int/medicines/publications/druginformation/innlists/PL100prepubli.pdf.

77.    Dorr, R.T., et al., Evaluation of melanotan-II, a superpotent cyclic melanotropic peptide in a pilot phase-I clinical study. Life Sci, 1996. 58(20): p. 1777-84.

78.    Wikipedia. Afamelanotide.   [cited 2009 18 may ]; Available from: http://en.wikipedia.org/wiki/Melanotan_1.

79.    Barnetson, R.S., et al., [Nle4-D-Phe7]-alpha-melanocyte-stimulating hormone significantly increased pigmentation and decreased UV damage in fair-skinned Caucasian volunteers. J Invest Dermatol, 2006. 126(8): p. 1869-78.

80.    Dorr, R.T., et al., Increased eumelanin expression and tanning is induced by a superpotent melanotropin [Nle4-D-Phe7]-alpha-MSH in humans. Photochem Photobiol, 2000. 72(4): p. 526-32.

81.    Dorr, R.T., et al., Effects of a superpotent melanotropic peptide in combination with solar UV radiation on tanning of the skin in human volunteers. Arch Dermatol, 2004. 140(7): p. 827-35.

82.    Korner, J. and L.J. Aronne, Pharmacological approaches to weight reduction: therapeutic targets. J Clin Endocrinol Metab, 2004. 89(6): p. 2616-21.

83.    Clinuvel, Annual Report. 2004.

84.    Giuliano, F., et al., Melanotan-II: Investigation of the inducer and facilitator effects on penile erection in anaesthetized rat. Neuroscience, 2006. 138(1): p. 293-301.

85.    Palatin Technologies, I. Bremelanotide Fact Sheet.   [cited; Available from: http://www.palatin.com/products/bremelanotide.asp.

86.    Hatzimouratidis, K. and D.G. Hatzichristou, Looking to the future for erectile dysfunction therapies. Drugs, 2008. 68(2): p. 231-50.

Geef een reactie