Relaties tussen cannabis en psychosen

3.5.1 Kan cannabis psychosen induceren?

Het gebruik van cannabis is gekoppeld aan een eerdere diagnose van schizofrenie. Hoe eerder een individu deze aandoening krijgt, hoe slechter de prognose (Veen, Selten et al. 2004), dus de relatie tussen cannabis en psychosen is van essentieel belang. In hoge doses kan cannabis direct psychotische verschijnselen (hallucinaties e.d.) veroorzaken (Hall 1998; Ameri 1999; Hall and Degenhardt 2000; Dervaux, Laqueille et al. 2003; Piomelli 2003; Cheer, Wassum et al. 2004; Lupica, Riegel et al. 2004; Fergusson, Poulton et al. 2006). Directe psychotische symptomen zijn waarschijnlijk te verklaren uit het feit dat Δ9-THC de dopamineconcentraties in het mesolimbisch systeem verhoogt (Cheer, Wassum et al. 2004; Fergusson, Poulton et al. 2006), zoals beschreven in paragraaf 3.3.1. Welke dopaminerge pathways precies betrokken zijn bij het onstaan van de psychotische symptomen, is echter nog onduidelijk. Dit geldt eveneens voor het serotonerge systeem.

Een belangrijkere vraag is of gebruik van cannabis kan leiden tot blijvende psychotische verschijnselen (met name schizofrenie), ook als het gebruik van cannabis wordt gestopt. Er komt steeds meer epidemiologisch bewijs voor een causaal verband tussen cannabisgebruik en het ontstaan van psychosen of psychotische symptomen. Geschat wordt dat cannabisgebruik de kans op schizofrenie gemiddeld ongeveer verdubbelt (Smit ; Hall and Degenhardt 2000; Dervaux, Laqueille et al. 2003; Fergusson, Poulton et al. 2006), maar dat cannabisgebruik op jonge leeftijd een grotere impact kan hebben (Ujike and Morita 2004) (figuur 25). Andere schattingen suggereren dat ongeveer 10% van de gevallen van schizofrenie door cannabisgebruik is veroorzaakt  en dat meer dan 20 blootstellingen aan cannabis een hoger risico op het ontwikkelen van schizofrenie veroorzaakt (van Os, Bak et al. 2002).

 

Het mechanisme waarmee Δ9-THC blijvende psychotische verschijnselen zou kunnen veroorzaken is nog onbekend. CB1-receptoren hebben een regulerende rol in het vrijkomen van verscheidene neurotransmitters, waaronder GABA, dopamine, glutamaat, 5-HT en norepinefrine (Howlett, Breivogel et al. 2004). Cannabis heeft hierdoor invloed op veel neurotransmittersystemen, waardoor de effecten moeilijk te voorspellen zijn (Piomelli 2003; Howlett, Breivogel et al. 2004). Hoewel cannabis dus direct psychotische symptomen veroorzaakt, zijn deze niet blijvend. Frequente, herhaalde blootstelling aan cannabis (Δ9-THC) zou echter blijvende veranderingen in neurotransmittersystemen, met name het dopaminerge en serotonerge systeem, kunnen veroorzaken. Dit kan vervolgens mogelijk leiden tot psychotische aandoeningen als schizofrenie (Fergusson, Poulton et al. 2006). Hierbij moet wel gezegd worden dat bij de meeste studies gesproken wordt over inductie van psychosen door cannabis in ‘gevoelige’ of ‘kwetsbare’ individuen. Daarmee wordt gedoeld op individuen die door bepaalde risicofactoren (genetisch of anderszins) ook zonder het gebruik van cannabis een verhoogde kans hebben op het krijgen van schizofrenie. Een voorbeeld daarvan is een genetische variant van het COMT-gen. COMT reguleert de afbraak van dopamine. Individuen met de Val/Val-variant van dit gen produceren een COMT dat zeer effectief is in het afbreken van dopamine in de frontale hersenen. Hierdoor kunnen bij individuen cognitieve functies verminderd zijn. Daarnaast zorgt deze verlaging van dopamineconcentratie voor een verhoogde dopaminerge neurotransmissie in de diepere hersendelen. Hierdoor zouden door cannabis gemakkelijker psychotische verschijnselen geïnduceerd kunnen worden (Fergusson, Poulton et al. 2006; Kahn 2006).

3.5.2 Cannabisgebruik bij schizofrenie

Ongeveer 30% van de schizofrenen misbruikt cannabis (DeQuardo, Carpenter et al. 1994; Fowler, Carr et al. 1998). Sommige schizofrene patiënten voeren als reden voor hun frequente cannabisgebruik aan dat zij door de euforische effecten tijdelijke verlichting beleven van de negatieve en cognitieve symptomen (Schneier and Siris 1987; Dixon, Haas et al. 1990). Andere subjectieve redenen voor cannabisgebruik zijn verveling, zich goed voelen en depressieve gevoelens onderdrukken, en de bijwerkingen van antipsychotica verminderen. De meeste schizofrenen die cannabis gebruiken zijn mannen (Hall 1998). Schizofrenen die cannabis gebruiken hebben meer positieve (Hall and Degenhardt 2000; D’Souza, Abi-Saab et al. 2005; Fergusson, Poulton et al. 2006) en ook  negatieve (D’Souza, Abi-Saab et al. 2005) symptomen. De positieve symptomen worden waarschijnlijk verergerd door verhoging van dopaminerge transmissie in het mesolimbisch systeem. Aangezien ook de dopaminerge transmissie in het mesocortisch systeem (met name de PFC) verhoogd wordt, zou dit verantwoordelijk kunnen zijn voor de (tijdelijke) verlichting van de cognitieve en negatieve symptomen. Klinisch bewijs bewijst echter overduidelijk dat cannabisgebruik bij schizofrenie gecorreleerd is aan een slechtere prognose (Hall and Degenhardt 2000; Dervaux, Laqueille et al. 2003; Fergusson, Poulton et al. 2006) en aan een verminderde reactie op antipsychotica (Knudsen and Vilmar 1984; Bowers, Mazure et al. 1990; D’Souza, Abi-Saab et al. 2005). Dit laatste is waarschijnlijk te wijden aan interacties tussen cannabis en antipsychotica

Opvallend is dat atypische antipsychotica cannabismisbruik onder schizofrenen lijken te verminderen. Dat clozapine een gunstig effect heeft bij schizofrenen die cannabis gebruiken, wordt waarschijnlijk gemedieerd door zijn effect op de Nac (Green 2005; Sundram, Copolov et al. 2005). Gebruik van typische antipsychotica lijkt het gebruik van cannabis juist te doen toenemen, waarschijnlijk mede als gevolg van de hogere frequentie bijwerkingen bij typische antipsychotica (Lange, Vandenbrink et al. 2005).

 

Geschreven door: Dhr. R.W. Neijzen BSc. (Universiteit Utrecht, Farmaceutische Wetenschappen)

Referentielijst:

1.    Green, A.I., Schizophrenia and comorbid substance use disorder: effects of antipsychotics. J Clin Psychiatry, 2005. 66 Suppl 6: p. 21-6.

2.    Dervaux, A., et al., [Cannabis and schizophrenia: demographic and clinical correlates]. Encephale, 2003. 29(1): p. 11-7.

48.    Ameri, A., The effects of cannabinoids on the brain. Prog Neurobiol, 1999. 58(4): p. 315-48.

55.    Piomelli, D., The molecular logic of endocannabinoid signalling. Nat Rev Neurosci, 2003. 4(11): p. 873-84.

59.    Fergusson, D.M., et al., Cannabis and psychosis. Bmj, 2006. 332(7534): p. 172-5.

63.    Lupica, C.R., A.C. Riegel, and A.F. Hoffman, Marijuana and cannabinoid regulation of brain reward circuits. Br J Pharmacol, 2004. 143(2): p. 227-34.

77.    D’Souza, D.C., et al., Delta-9-tetrahydrocannabinol effects in schizophrenia: implications for cognition, psychosis, and addiction. Biol Psychiatry, 2005. 57(6): p. 594-608.

100.    Veen, N.D., et al., Cannabis use and age at onset of schizophrenia. Am J Psychiatry, 2004. 161: p. 501–6.

101.    Hall, W., Cannabis and psychosis. Drug and Alcohol Review, 1998. 17: p. 433–444.

102.    Hall, W. and L. Degenhardt, Cannabis use and psychosis: a review of clinical and epidemiological evidence. Aust N Z J Psychiatry, 2000. 34(1): p. 26-34.

103.    Cheer, J.F., et al., Cannabinoids enhance subsecond dopamine release in the nucleus accumbens of awake rats. J Neurosci, 2004. 24(18): p. 4393-400.

104.    Smit, F., Bolier, L., Cuijpers,P., Cannabis use and the risk of later schizophrenia: a review. Addiction. 99: p. 425–30.

105.    van Os, J., et al., Cannabis use and psychosis: a longitudinal populationbased study. Am J Epidemiol, 2002. 156: p. 319–27.

106.    Howlett, A.C., et al., Cannabinoid physiology and pharmacology: 30 years of progress. Neuropharmacology, 2004. 47 Suppl 1: p. 345-58.

107.    DeQuardo, J.R., C.F. Carpenter, and R. Tandon, Patterns of substance abuse in schizophrenia: nature and significance. J Psychiatr Res, 1994. 28(3): p. 267-75.

108.    Fowler, I.L., et al., Patterns of current and lifetime substance use in schizophrenia. Schizophr Bull, 1998. 24(3): p. 443-55.

109.    Dixon, L., et al., Acute effects of drug abuse in schizophrenic patients: clinical observations and patients’ self-reports. Schizophr Bull, 1990. 16(1): p. 69-79.

110.    Schneier, F.R. and S.G. Siris, A review of psychoactive substance use and abuse in schizophrenia. Patterns of drug choice. J Nerv Ment Dis, 1987. 175(11): p. 641-52.

111.    Bowers, M.B., Jr., et al., Psychotogenic drug use and neuroleptic response. Schizophr Bull, 1990. 16(1): p. 81-5.

112.    Knudsen, P. and T. Vilmar, Cannabis and neuroleptic agents in schizophrenia. Acta Psychiatr Scand, 1984. 69(2): p. 162-74.

113.    Sundram, S., D. Copolov, and B. Dean, Clozapine decreases [3H] CP 55940 binding to the cannabinoid 1 receptor in the rat nucleus accumbens. Naunyn Schmiedebergs Arch Pharmacol, 2005. 371(5): p. 428-33.

114.    Lange, T.H., W. Vandenbrink, and P.J.J. Hanneman, Antipsychotica bij patiënten met een dubbeldiagnose schizofrenie en middelenmisbruik. Tijdschrift voor psychiatrie, 2005. 47(4): p. 219-28.

Geef een reactie